BRONNEN EN NASLAGLITERATUUR KLUCHTEN:
Naast het raadplegen van websites werd en wordt door de LKC veel gelezen over de late Middeleeuwen en de 16e en 17e eeuw. Hierdoor krijgt men een indruk hoe de mensen destijds leefden en tegen welke achtergrond kluchten werden opgevoerd. Ook wordt naarstig gezocht naar authentieke kluchten, die we dan vertaald/bewerkt op willen voeren.
Maar ook dienden kluchten soms ter verkrijging van een doctorsgraad in de Nederlandsche letteren, zoals staat aangegeven in het proefschrift van Johannes Frederik Haverman, dat verdedigd werd op 6 juli 1895, getiteld “W.D.Hooft en Zijne KLUCHTEN”, waarin o.a. het regelmatig door de Leidse KluchtenCompagnie gespeelde stuk "Doortrapte Melis" wordt besproken.
Naslagwerken kluchten en tijdsbeeld:
1. A.Th.van Deursen:"De last van veel geluk - 2. P.H. van Moerkerken: "Het Nederlands Kluchtspel" 3. B.Albach: "Langs kermissen en hoven"
Dat de 17e eeuwse kluchten toch worden beschouwd als literatuur en er vroeger zeker in elke schoolbiblioheek een werkje van Bredero of Langendijk prijkte, moge ook wel blijken uit het feit dat er verscheidene overzichten verschenen van de Nederlandse kluchten uit de 17e eeuw. Het Nederlands Kluchtspel van J.van Druten in 1899 en in 1985 een bloemlezing uit de Nederlandse kluchten van het begin van de 17e eeuw tot 1736 “van Bredero tot Langendijk" van W.A.Ornée.
Maar ook vind je menige oude klucht in series als “het klassiek letterkundig panthéon“ uitgegeven door Thieme & cie en de “Klassieke Galerij” door de Nederlandsche boekhandel te Antwerpen zo rond de jaren '50.
In 1983 deed Wilma van Engeldorp Gastelaars voor haar doctoraalscriptie" ic sal u smiten op uwen tant' onderzoek naar “de betekenis en functies van 15e en 16e eeuwse kluchten voor eigentijds publiek in de wijze waarop ze de machtsverhoudingen tussen man en vrouw, toegespitst op lichamelijk geweld, verbeelden en daarmee aansluiten op een veranderende huwelijks- en gezinsmoraal in de 15e en 16e eeuw”. Waarin betoogd wordt, globaal samengevat, dat het geweld in de kluchten niet direct moeten worden gezien als de realiteit van de laatmiddeleeuwse maatschappij, maar wel als een soort afspiegeling van de langzame afbrokkeling van de maatschappij, waar de man ‘de broek aanheeft‘ naar het ideaal van een meer harmonieuzere gezinssamenstelling, waarin de man nog wel de baas is maar ook de vrouw haar eigen waarde en taken heeft. Men probeert, door middel van overdrijving en gelach, de bedreigende conflictsituaties voor een huwelijk aan te duiden en met behulp van een moraal aan het einde van de klucht, die te voorkomen.
Ook J.A. van Leuvensteijn behaalde zijn graad doctor in de letteren met zijn proefschrift over de vroeg 17e eeuwse kluchten van Gerrit Hendricxz van Breughel op donderdag 26 september 1985.
En nog heel recent (2005) deed Jet Berkhout onderzoek voor haar doctoraalscriptie naar de 17e eeuwse klucht van Hendrik Takama “Wat klugtigs van Abram kom gaanewe“, hetgeen leidde tot de vervulling van de grote wens van de schrijver destijds dat het stuk nog eens opgevoerd zou worden. De scriptie heette dan ook “Nooyd nog gespeeldt van Hendrik Takama 17e eeuwse auteur van Wat kluchtigs Abram kom gaanewe 7 september 2005 “. Zij breekt in de diverse interviews over haar scriptie een lans voor wat de Leidse kluchtenCompagnie nu doet, namelijk het weer onder de aandacht brengen van vergeten kluchten uit de 17e eeuw.
De geschiedenis van Nederland 1555-1702"
(uitgeverij Bert Bakker)
(uitgeverij J.F. van Druten 1899)
(De Walburg Pers 1977)