Krijn onverstandt


Krijn Onverstandt of Vrouwenparlament (Jillis Noozeman, 1680), ca. 30 minuten. Vertaling: NH Roelandse, Tekstbewerking: JFJ Volkers (c) 2011

Deze klucht was in zijn tijd erg populair. Tegenwoordig zouden we zo’n klucht iets te grof vinden qua taalgebruik. De klucht lijkt in vele opzichten op de Gramschap: Er is niet echt sprake van een plot, maar meer van een sfeertekening. In beide kluchten heb je 2 echtparen, waarbij bij elk stel de man of vrouw het gewelddadige/ruwe of het vreedzame/zachtere vertegenwoordigt.
Het slot eindigt met het motto:
“Is er nu nog iemand bij wie mijn spreuk niet past:
Als de man ’t niet toestaat, heb je van de vrouw geen last!”

In dit fragment zegt Krijn dat hij de agressieve echtgenote van Kees wel even zal aanpakken:
Krijn (neemt slok): Wat boven lag, zal naar beneden gaan.
Goed bekeken ben ik toch wel een haan.
Ja, de hennen beheersen, dat is mijn gebied.
Daarin ken ik mijn gelijke niet.
Nog een slokje, dat schaadt een mens niet.
Hé, is dat niet mijn buurman Keesie Flik, die je ziet?
Ik geef die kerel ook maar iets van die klare.
Kees:Nee, dank je, mijn hoofd staat er niet naar.
Krijn: Ho! Ho! Niets te mare.
Het is jenever: Man, dat smaakt zo lekker!
Kees: Nee, beste vriend, het wordt met de dag gekker.
Mocht mijn wijf het ruiken, dan zwaait er wat.
En slaag heb ik al genoeg van d’r gehad.
Krijn: Zeg, wat krijgen we nou? Een vrouw vrezen?
(naar publiek kijkend) Je naar haar richten?
Hoe gek moet je wezen?
Een beetje naar d’r luisteren, zo van: Doe dit, doe dat?
Nou, daar ken ik maar één remedie tegen: een trap voor d’r gat!

Website gemaakt en onderhouden door Stef Haubrich